Evenwicht vinden tussen instinct, verstand en intuïtie
Afgelopen donderdag mocht ik het formele gedeelte van een netwerkbijeenkomst in Seats2Meet in Maarssen afsluiten. Het betrof een interactieve presentatie van een uur over intuïtie voor coaches, trainers en consultants die zijn aangesloten bij Q-Search. Q-Search is een landelijk werkend netwerkbedrijf waarin geselecteerde, zelfstandige ondernemers met hart en ziel samenwerken om verfrissende, duurzame oplossingen te helpen vinden op het gebied van mens- en organisatieontwikkeling. De oprichter en directeur van Q-Search, Marjolein Hins, had ik eerder ontmoet tijdens een programma over het nieuwe werken in Utrecht.
In het eerste gedeelte van de middag verzorgde Corry Wille een workshop waar ik ook aan heb deelgenomen. Aan het begin inventariseerde ze waar de aanwezigen aan dachten bij de term intuïtie. De bovenstaande foto toont wat er uit de groep kwam.
Als mij gevraagd wordt een definitie te geven van intuïtie zeg ik altijd dat het gaat om een bewust weten zonder dat daarbij sprake is van verstandelijke overwegingen. Deze omschrijving zegt nog niets over de principes waarop intuïtie is gebaseerd. Naar mijn idee hebben alle genoemde aspecten te maken met intuïtie. Ik kan me goed vinden in de visie dat intuitie het gevolg is van een samenhang van vele componenten. Het gaat te ver om in dit blogbericht in te gaan op alle genoemde aspecten. Daar kan ik een heel boek over schrijven. Daarom beperk ik me hier tot een bespreking van instinct in relatie tot intuïtie. Instinct en intuïtie zijn aan elkaar verwant, maar zijn wel duidelijk verschillend.
Een instinct is een soortspecifiek en erfelijk vastgelegd gedragspatroon waarbij ervaring of leren geen rol speelt. Het instinct van een levend organisme is genetisch, waarbij specifieke actiepatronen (stimulus-respons) optreden als een gebonden keten van reflexen. Dieren leven volgens hun instict en zijn daardoor automatisch gericht op overleving en voortplanting. Instinctieve reacties verlopen veelal via het zogeheten reptielenbrein. In lichamelijke zin zijn wij mensen zoogdieren. Daarom hebben ook wij instinctieve driften die ons opwekken tot zelfbehoud en behoud van de soort.
Als mensen beschikken we ook over een zelfbewustzijn en een denkvermogen. Door ons denken hebben we soms niet zo’n goed contact met onze instincten. Voorafgaand aan de zeer zware zeebeving (tsunami) in 2004 in de Indische Oceaan trokken wilde dieren naar hoger gelegen gebieden, en konden zo ontkomen aan de vernietigende vloedgolven, die waarschijnlijk meer dan 200.000 dodelijke menselijke slachtoffers hebben veroorzaakt.
Instinctief gedrag komt gewoonlijk bij alle leden van een bepaalde soort overeen. Intuïtief gedrag verschilt per individu en van moment tot moment. Intuïtie heeft niet alleen betrekking op overleving, maar vooral ook op ontwikkeling, groei, zelfexpressie en zingeving; allemaal aspecten die heel persoonlijk van aard zijn. Het essentiële verschil tussen het volgen van instinct en het volgen van intuïtie is dat er bij instinct sprake is van automatisch gedag, terwijl er bij intuïtie altijd een bewuste keuzemogelijkheid bestaat.
Tijdens onze opvoeding hebben we geleerd onze reacties instinctieve impulsen te beheersen. Dat is maar goed ook, want anders zou er geen sprake kunnen zijn van een leefbare menselijke beschaving. Het gevaar bestaat dat we onze instincten gaan onderdrukken. Dan raken we ook het contact met onze intuïtie kwijt. Het is dus van groot belang om te erkennen dat we niet alleen intuïtief zijn, maar ook instinctief. Daarom staat de de tweede E in mijn model IVOREN TORENS voor erkennen. Als mens staan we voor de uitdaging om een gezond evenwicht te vinden tussen instinct, verstand en intuïtie.
Explore posts in the same categories: intuïtie